Geert heeft ingebroken bij Jan-Peter. Hij heeft het zich gemakkelijk gemaakt. Jan-Peter komt thuis.
B: Wat heeft dit te betekenen?
G: Geinige foto.
Is dat je dochter?
B: Zou u mijn huis willen verlaten?
G: Amelie, Amelietje. Het meisje dat iedereen gelukkig maakt.
B: Dit is onwenselijk. Mijn huis uit.
G: Ik heb een rotleven.
B: Mijn huis uit!
G: Ga even zitten.
B: Ik bel de bewaking!
G: Ga even zitten.
B: Dat is mijn stoel.
G: Zit prima. Geef die afstandsbediening even aan.
B (doet het)
G: Hoe eerder, hoe beter. Start en Play.
B: Die gok moet ik niet wagen. We spreken elkaar maandag.
G: Prietpraat. Heb je chips in huis?
B: We moeten nu niet gaan spreken in termen van.. Ik bel nu de bewaking.
G : Lulkoek!
B; Wie de bal kaatst kan hem terugverwachten!
G: (komt naast B op de stoel zitten)
De vraag is, wat ga je doen?
Wat ga je doen om het kwaad te verdrijven?
Als we even de proef op de som nemen.
Mm?
B: Ik ga hier nu een uitspraak over doen.
G: (strijkt hem liefdevol door het haar)
Een grote leider heeft een aantal capaciteiten nodig.
Een grote leider is recht door zee, doortastend en heeft een visie.
Want dat wil het volk.
B: Aantal jaren ervaring. Niet teveel uitspraken over doen.
W: Je hebt ze teleurgesteld.
Je bent een bange laffaard!
B: Ik heb ze teleurgesteld.
G: Het is jouw schuld dat ik hier zit.
B: Ik ben fout geweest.
Het spijt me.
G; Jij gaat op vakantie.
Je koffer staat klaar bij de deur.
De taxi kan er ieder moment zijn.
B: Het spijt me ontzettend.
G: Goed reis!
B: Dank u, dank u wel voor alles.